header7

UTRECHT, Sint Willibrordkerk, zaterdag. Uitvoerenden: Stile Antico en het Collegium Gregorianum. Programma’s: Monnikenwerk: de goddelijke uren

Het Festival Oude Muziek (FOMU) biedt dit jaar verschillende concertcycli. Onder meer één aan het begin, in de Sint Willibrordkerk, en één aan het eind, in de grote zaal van TivoliVredenburg. Beide waren live op Early Music Television (EMTV) te volgen, wat uw recensent dit keer deed.

Monnikenwerk 

De eerste cyclus, onder de titel Monnikenwerk: de goddelijke uren, omvatte een compacte versie van het getijdengebed: Metten (7.00 uur), Lauden (11.00 uur), Terts en Mis (15.00 uur), Vespers (18.45 uur) en Completen (21.00 uur). Uitgevoerd door artists in residence, Stile Antico, samen met het Collegium Gregorianum. Ook wie niet rooms-katholiek is, kon het ritme van de dag mee beleven, van licht naar donker. 

Gregoriaanse melodieën vormden de ruggengraat van deze vijf programma’s, die de volgende feesten centraal stelden: Advent (metten), Kerst (lauden), Pasen (hoogmis van William Byrd), Maria-Tenhemelopneming (vespers) en de Onbevlekte Ontvangenis van Maria (completen). 

De strakke, robuuste en in de vrouwenstemmen op z’n tijd ook ijle klank van het twaalfkoppige Britse koor zonder dirigent vulde de ruimte van de neogotische Sint Willibrordkerk. De uitvoerenden lieten het vraagteken achter het thema van het FOMU 2025 (Museumkunst?) wat mij betreft staan, zo levend als het getijdengebed werd opgevat. Ja, er werd geklapt na elk programma, maar toch. De inbedding van de meest uitbundige renaissancepolyfonie zoals die werd gezongen door meditatief, monofoon (eenstemmige) gregoriaans van de vier mannenstemmen die samen het Collegium Gegorianum vormen, benadrukte alleen maar dat het getijdengebed geen museumkunst is. 

Metten

Hoe mooi zal het live geweest zijn om met zonsopkomst richting de kerk te lopen voor de Metten voor de eerste zondag van Advent, al waren er op dit vroege uur nog aardig wat plaatsen leeg. In deze metten klonken onder meer het Rorate caeli (Jesaja 45:8) van William Byrd, die op elk programma centraal stond: Dauwt, hemelen. En de Maria-antifoon Alma redemptoris Mater van Johannes Ockeghem. Beide composities passen aan het begin van de Adventstijd, mooi in beeld gebracht met als voorafschaduwing van de lauden een beeldje van Maria met kind.

Lauden

De goed bezochte lauden voor kerst begonnen met Hodie Christus natus est van Hans Leo Hassler. Weelderig en stralend gezongen, met wat meer vibrato. Dat laatste gold overigens ook voor de gregoriaanse gedichtenzang, zoals dat wordt genoemd. Een blokje met onder andere Psalmen en antifonen. Mooi waren de klemlampen op de bladmuziek van het Collegium Gregorianum, die hun licht ook op de gezichten liet schijnen. Het deed even denken aan de Oude lezende vrouw van Rembrandt, waarbij het licht op haar gezicht ook van de Bijbel afstraalt. 

Interessant was het slotstuk van de lauden: een Angelus ad pastores (Lucas 2:10-11) van de Italiaanse Augustijner non, componiste en organiste Rafaella Aleotti (Ferrara ca. 1570-na 1646). Een heel kort, ritmisch complex stuk muziek dat al vooruit wijst naar Monteverdi.

Terts en Mis

Tijdens het derde programma klonken verzen uit Psalm 118 (Gregoriaans) en een in delen opgesplitste Mass for four voices van William Byrd. Psalm 118 is de laatste van enkele Psalm die de uittocht en bevrijding uit Egypte bezingt, Byrd is volgens sopraan Kate Ashby – één van de oprichters van Stile Antico – in Tijdschrift Oude Muziek (TOM, 03/2025) één van de favoriete componisten van Stile Antico. ‘Als katholiek had Byrd een unieke blik op de religieuze veranderingen in het Engeland van de zestiende eeuw. Veel van de werken die we in Utrecht zullen uitvoeren, schreef Byrd voor de geheime katholieke gemeenschap tijdens het protestantse bewind van Elizabeth I’, aldus Ashby.

De mis kreeg een fraaie, dynamische en goed verstaanbare uitvoering waarvan de klank aan het eind ijzingwekkend zachtjes uitstierf, waarna het warme applaus aarzelend op gang kwam. Al had Ashby het liever zonder gehad, zoals ze in haar artikel in TOM schreef.

Vespers voor Maria Tenhemelopneming

Ook de Vespers startte met een (kort) werk van Byrd: Assumpta est Maria (Maria is opgenomen), gevolgd door een gregoriaanse gedichtenzang, waarbij staan en zitten van de zangers de onderdelen (zoals antifonen, Psalm 109, 112, 121 en 126) aangaven en de Magnificat antifoon de opmaat vormde voor het Magnificat sexti toni van Tomás Luis de Victoria. Waarbij maar weer eens opviel hoe naadloos het monofone gregoriaans aansloot op de polyfone renaissancemuziek. Opvallend was dat, meer dan in eerdere programma’s, de zangers oogcontact zochten. Zochten ze steun bij elkaar, tilden ze elkaar op nu de dag vorderde en het donker inviel?

Completen voor de Onbevlekte Ontvangenis van Maria

In een weer wat minder goed bezocht, afsluitend programma klonken onder meer een rondborstig Nunc Dimitis (Lofzang van Simeon) van Byrd en een ingetogen psalmmotet, Gaude, gaude, gaude Maria (Verheug u, Maria) van John Sheppard. Samen met sterk retorisch gezongen gregoriaans, inclusief gesproken tekst (Mea culpa) gleden we verstild en etherisch de avond en de nacht in. Een ervaring rijker. Museumkunst? Nee – zo levend als het maar kan.

 

Geschreven door: Els van Swol
Foto's van: Marieke Wijntjes
Gehoord op: 30 augustus 2025

 

vandaag 62

gisteren 123

deze week 62

afgelopen maand 2303

tot nu toe 441221

Kubik-Rubik Joomla! Extensions

                                                                                                                                                 

   © Jan Geelen