header7

ENSCHEDE, Jazzpodium de Tor, vrijdagavond. Seizoensopeningconcert door Chris Cheek, Rembrandt Frerichs, Mark Haanstra en Jorge Rossy. Bezetting: Chris Cheek (saxen), Rembrandt Frerichs (toetsen), Mark Haanstra (basgitaar), Jorge Rossy (drums). Programma: 1.Keepers of the Eastern Door, 2. Up early, 3. Skuli, 4. Squirrelling, 5. Spring bells, 6. Buckey’s blues, 7. Hope, 8. Dimitri’s cube, 9. Ginger something, 10. A girl named Joe

 

Een nieuw jaar is begonnen voor jazzliefhebbers, althans een nieuw seizoen: 2025-2026, genoeg reden voor gastheer Willem Habers om eenieder een gelukkig nieuwjaar te wensen. Er staan de trouwe (en nieuwe) luisteraars nog heel wat mooie concerten te wachten en dat begon vrijdagavond met een optreden van een instrumentaal kwartet: Cheek, Frerichs, Haanstra en Rossy. Het viertal was deze zomer op tournee geweest en sloot deze af op Jazzpodium de Tor, dat op deze avond vrijwel geheel gevuld was: een hoopgevend begin.

Er viel dan ook te genieten van topmuzikanten, die een rijke schakering aan sferen wisten neer te zetten. Het openingsstuk Keepers of the Eastern Door kwam at dromerig over, ietwat ballade-achtig. Het was gelijk al genieten van de mooie zwoele toon op de tenorsaxofoon van de Amerikaan Chris Cheek. In twee stukken zou hij zich bedienen van een sopraansax: Up early en Hope.
Over wisseling van instrumenten gesproken: Rembrandt Frerichs had aan de Tor-organisatie doorgegeven geen gebruik te hoeven maken van de Tor-vleugel, die dan ook niet gestemd was. Wat deed de man? Hij bespeelde tóch de vleugel, maar ook een Fender Rhodes en Moog synthesizer. Zijn solistische bijdragen logen er niet om, dat moet worden gezegd. Verder viel er te genieten van het warme basgeluid van basgitarist Mark Haanstra. Van Cheek werd beweerd dat hij kon zingen met zijn instrument, welnu: dat zou ik over deze basgitarist ook willen beweren, hetgeen onder meer bleek bij de jazzwaltz Squirrelling. Nog voor de pauze leek het met Spring bells een beetje de impressionistische kant uit te gaan met imitatie van klokjes en getokkelde snaren in het inwendige van de vleugel. Zelfs de geest van Stravinsky waarde even rond. Cheek was lekker aan het freaken op zijn sax en eiste zelfs het laatste woord op, maar toen was het pauze!

Na de pauze was er een compositie te horen van slagwerker Jorge Rossy (“I’m from Barcelona”, debiteerde hij nog, niet bekend met Fawlty Towers, of was het juist een knipoog?). De man had zich steeds zeer bescheiden, maar uiterst waardevol opgesteld. Het zou zelfs tot het achtste stuk, Dimitri’s cube, duren, eer hij zich een solo toe-eigende en die was ook nog eens heel kortdurend.
Het gedeelte na de pauze was met een blues begonnen: Buckey’s blues, maar ook de toegift behoorde tot dit genre: A girl named Joe, weer eens wat anders dan A boy named Sue

 

 

Geschreven door: Koen Edeling
Foto's van: Koen Edeling en Jan Geelen
Gehoord op: 12 september 2025

 

vandaag 67

gisteren 204

deze week 495

afgelopen maand 3976

tot nu toe 453608

Kubik-Rubik Joomla! Extensions

                                                                                                                                                 

   © Jan Geelen