




ENSCHEDE, Jazzpodium De Tor, vrijdagavond. Concert door Bruno Castellucci (drums), Ulli Jünnemann (saxofoon), Jeanfrançois Prins (gitaar) en John Hondorp (Hammond). Programma: eigen werk van Jünnemann, Prins en Hondorp, aangevuld met composities van Gershwin, Styne/ Cahn, Goell/ Spielman en Hebb
Wat zou de wereld er mooier uitzien als mensen aan weerszijden van grenzen muziek zouden maken in plaats van oorlog voeren. Twee Belgen, een Nederlander en een Duitser leverden vrijdagavond het levende bewijs en een honderdtal jazzliefhebbers waren er getuige van. Opnieuw was er gekozen voor de intiemere “overdwars-opstelling”, dat het hanteren van het “er kan geen kip meer bij”-bordje eerder noodzakelijk maakt. Extra verhoging van de feestvreugde vormde de aanwezigheid van een Hammond-orgel, zeker als dit instrument bespeeld wordt door onze stadgenoot John Hondorp. Dat hij het levenslicht zag in het achterhoekse Doetinchem is slechts een voetnoot, zeker als zelfs onze oosterbuur, de saxofonist Ulli Jünnemann een compositie aan het net uitgefeeste Enschede opdraagt: het openingsnummer na de pauze City nights.
Voor zijn tachtig jaren speelt drummer en zuiderbuur Bruno Castellucci als een jonge god. Er werd door een enkeling gemopperd dat de man te luid speelde, maar voor mij was het gewoon ráák en beslist dienstbaar aan de overige instrumentalisten. Ingetogenheid door het gebruik van brushes sierde hem eveneens. Opvallend was dat deze drummer bladmuziek voor zijn neus had en dus meer dan alleen aandacht voor het ritme had.
Zijn landgenoot, de gitarist Jeanfrançois Prins was ook al van bijzondere klasse. Naast het genieten van zijn smaakvolle gitaarspel was er nog sprake van een extra dimensie: hij zong ook nog en zeker niet onverdienstelijk. Zo zong hij op z’n Chet Bakers (of moet ik zeggen op z’n Jan Wessels?) I fall in love too easily en na de pauze You won’t forget me. Van het viertal was het de man met de meeste grimassen: olijk, schalks glimlachend, terwijl de andere drie meest een geconcentreerde frons toonden.
Saxofonist Ulli Jünnemann werd regelmatig voor de leeuwen gegooid om een aankondiging te doen, ter afwisseling van Hondorp en Prins (Castellucci hield het zwijgen er toe), maar des te genialer waren zijn solomomenten. Het eerbetoon aan zijn voorbeeld John Ruocco in Paying Dues was een van de vele kippenvel-momenten.
En dan nog onze Hammond-man John Hondorp. Onlangs was hij nog te horen als pianist, maar ik verheug mij extra als hij achter het loodzware grommende monster kruipt. In een van zijn toelichtingen verklaarde hij nog eens dat het niet altijd scheuren of grommen hoeft te zijn dat je met dit instrument te weeg brengt: subtiele klanken kun je eraan ook ontlokken en dat dééd hij zeer regelmatig. Over een onuitputtelijke muzikale fantasie beschikt hij als altijd. Het was alweer een kleine drie jaren geleden dat wij hem Hammond hoorden spelen, ook een jaar daarvóór, toen met dezelfde gitarist als op deze avond, en zelfs al in 2014. Ik verheug mij alvast op een volgende keer en dat mag bést met een of meer van deze muzikale vrienden zijn.
Geschreven door: Koen Edeling
Foto's van: Koen Edeling en Jan Geelen
Gehoord op: 23 januari 2026

